Tijdens het droogprogramma meten sensoren voortdurend de vochtigheid en temperatuur van het wasgoed. De droger gebruikt die metingen om te bepalen of de ingestelde droogtegraad al is bereikt.
Is het wasgoed eerder droog dan op basis van de programmaduur werd verwacht, dan kan het programma stoppen. De droogtijd hoeft daardoor niet onnodig door te lopen terwijl de kleding al droog genoeg is.